“Mijn plantjes in de tuin zeiden niets terug, de personen op mijn vrijwilligerswerk wel”

– Nel van der Hamsvoort –

Nel zit lekker aan een bakje koffie, net terug van een wandeling met de wandelclub van ’t Houwke. Samen met de andere wandelaars zitten ze aan een grote tafel. De wandelaars willen niet aangesproken worden met ouderen, maar met senioren: “anders voelen we ons zo oud. ”

We richten ons tot Nel. Nel komt uit een groot gezin. Zij is de oudste met onder haar nog zes zusjes. Ze is geboren in Oirschot. Een echte Brabantse. Nel is een actieve vrouw, ze doet veel vrijwilligerswerk. Niet alleen bij ’t Houwke, maar ook bij zorgcentrum de IJpelaar. “De dag duurt zo lang als je niemand om je heen hebt.” Op dit moment woont Nel zelfstandig in een bungalow, vlakbij ’t Houwke. Dit is haar 10e huis, sinds ze getrouwd is met haar man. “Voor het werk van mijn man moesten we vaak verhuizen.” Haar man is helaas overleden en toen heeft ze besloten om een bungalow te kopen in Breda.

Nel was nog nooit eerder op ’t Houwke geweest. Totdat ze in de krant een advertentie zag over een wandelclub en dat deze pas van start kon gaan bij genoeg leden. Dan haalt Nel haar stappenteller tevoorschijn, ze heeft al 5.000 stappen gezet. De vrouwen willen meteen weten hoeveel calorieën dat is: 90 verbrande calorieën, zegt de teller.

Als het straks echt niet meer gaat wil Nel een appartement gaan huren of kopen in een wooncentrum. Daar krijg je meer de hulp die je nodig hebt, want volgens Nel wonen er alleen maar ouderen om haar heen en daar kun je niet bij aan kloppen voor wat hulp, dat is te zwaar. Ook haar kinderen zal ze niet om hulp vragen. “Die hebben het allemaal druk druk druk. Ik zal wel een ‘echte’ hulp willen hebben.” Zo iemand heeft kennis van zaken. Ze vindt dat je bij een vrijwilliger maar moet afwachten wat hij of zij kan.

Nel is niet bang voor het ouder worden, ze denkt er niet veel over na. Maar wanneer ze een kwaaltje krijgt, dan wordt ze wel met haar neus op de feiten gedrukt. Ze heeft namelijk laatst haar pink gebroken en toen realiseerde ze zich, hoe sterk zoiets je leven kan beïnvloeden.

Nel heeft een dochter en zij werkt in de zorg als manager. Maar soms dan hebben ze woorden. “Zij begrijpt het niet, omdat ze de praktijk niet kent en ik wel.” Nel vind het belachelijk dat je pas een indicatie krijgt als je niets meer kunt. Ze vindt dat men in de zorg geen visie heeft op wat het ouder worden betekent. “De regering, dat zijn geen praktijkmensen.”

Maar ondanks dat ziet Nel het allemaal niet donker in. “Ik ben een bokser.“

Terwijl we aan Nel vragen stellen, richten we ons ook op de rest van de wandelaars. Er ontstaat een discussie over hoe het nu wel moet in de zorg? Want ze zijn er allemaal over eens: “de mensen in Den Haag die begrijpen er geen snars van.” De één vindt dat er een soort studentenhuizen moeten komen, waar senioren allemaal hun eigen kamertje hebben, maar een gezamenlijke woon en leefruimte is. De ander is hier weer fel op tegen. “Ik heb niet mijn hele leven lang gewerkt om in zo’n hokje te gaan zitten. De wc is zo klein, dat je de kans niet hebt om er vanaf te vallen.” Sommige vinden dat er mooie appartementen gebouwd moeten worden die toegankelijk moeten zijn voor iedereen, niet alleen voor de mensen die geld hebben. Na deze ‘wensen’ komt iemand met de prachtige uitspraak: “Is ons idealisme ook de realiteit?”

Na wat heen en weer gesproken te hebben. Komen ze tot een gezamenlijke conclusie, je moet bij jezelf nagaan hoeveel je voor een ander doet. Want dat kun je terugverwachten.

Na het maken van de foto, komt een van de wandelaars naar ons toe. Ze vertelt over een toepasselijk gedicht voor ons. Een gedicht van Jan. J. Pieterse:

Begonia’s:

Dat heb ik weer, sprak de bejaarde.
Achter de verkeerde planten!